Powered by Invision Power Board

Google
 

  Reply to this topicStart new topicStart Poll

> Lucius
Alcaine
Posted: Dec 10 2004, 01:49 PM
Quote Post


Satan's friend
Group Icon

Group: Board moderators
Posts: 1978
Member No.: 21
Joined: 15-August 02



Weer eens wat onzinnigs van mijn pen:

“Is het niet waar?” Zei Mortimer met een toon die meer verraad dan duidelijk maakt.
“Wel nee, mijn beste, de reden voor de gordijnen is, en zo zal het altijd zijn, om de dag en nacht aan elkaar te rijgen. Geen enkel onderscheid mag gemaakt worden, en het ochtend licht maakt onderscheid!”. Weergalmde een stem die op die van een stem van docent leek.
“De zon heeft even veel recht om een kijkje te nemen in ons huishouden als die paling die je elke zondag eet, of dat gebochelte van een schoonmaakster.” Mortimer kon er nooit tegen geadresseerd te worden als of hij een mindere was.
“Geagiteerd? Je zou het niet moeten zijn. Ik val je suggestie aan, die er uiteraard om vraagt om verscheurd te worden, en niet de bedenker.” De stem kreeg nu iets vaderlijks. Iets wat Mortimer nog slechter kon verdragen. “Ik ben toevallig zeer gesteld op het zonlicht! Daarbij komt dat tijd een fenomeen is dat bijgehouden moet worden, ook al weet men niet hoeveel men er van heeft.” Een geamuseerde glimlach versierde de mond van de man tegenover. Hij legde de pijp op een tafeltje, waardoor hij en Mortimer oogcontact verloren. Iets wat Mortimer als een uitnodiging zag. “Het is dan ook ochtend, een tijdstip waarop we niet op ons best zijn.” Hoe aarzelend het eruit kwam, hoe snel de respons was. “Ha, je had dit niet geweten als je het licht niet door de gordijnen zag vallen. De gordijnen behoeden ons ook nog eens voor stommiteiten, iets waar je ze zeer dankbaar voor mag zijn!”
De ogen fonkelde, enorme pupillen die meer weg hadden van grote zwarte kolen. Het hoofd bedekt met ravenzwart haar, waarbij de lokken met elkaar verstrengeld waren in krullen. Grote wenkbrauwen, die een gepaste afstand van elkaar hielden. Een zeer vermagert lichaam, wat niet goed zichtbaar was door de kamerjas. Zoon rode kamerjas, met een simpel ruitjes patroon wat getuigt van de meest ordinaire smaak. Dit zittend in een grote zetel, bedekt met groen fluweel. Naast zich een donker hout tafeltje waar de boeken van de vorige nacht op elkaar gestapeld liggen. In een even chaotische manier geordend als een verzameling pijpen. Dit waren de meest kostbare dingen voor de man. Zijn hart kon niet branden, dus moesten zijn longen dat maar doen. Lijkwit, uiteraard, en een kleur lippen die op de meest teder rode rozenblaadje lijkt. Meer wit dan rood eigenlijk. Toch in de beweging lijkt het een zeer levendig instrument. Die glimlach, zelf voldaan, was alles om de neurotische intellectueel Mortimer de kamer doen uit marcheren, het blijft een Germaan. De man staat op uit zijn zetel, en gooit de gordijnen open, kijkt naar buiten, en verzucht “Wat een heerlijke ochtend”.





“Zoals het leven een spel hoort te zijn!”
“vind je?”
“We nemen alles zo aux sérieux. Een spel speelt men om te winnen, en plezier te beleven, we zouden met het leven hetzelfde moeten doen.” Zei Mortimer trots op zijn constructie, en nog trotser op de uitbreidingen die ogenblikken later zullen volgen.
“Een spel kan overnieuw worden gespeeld, het leven niet.” Zei de eeuwige vreemdeling onverschillig.
“Je hebt ook geen fantasie!”
“Ik heb meer dan genoeg fantasie, aangezien ik voldoende intellect heb om ook daar rijk in te zijn, toch geloof ik niet in idiote sprookjes.”
“Dus alles wat ons onlogisch lijk, dus alles wat wij niet kunnen bevatten, dus alles wat onze geest te boven gaat, noem jij een sprookje?” Zijn tegenspeler had ineens een blik die leek als of er ineens interesse ontbrande.
“Uiteraard” werd er koeltjes geantwoord.
“Je gaat mijn vraag uit de weg, je antwoord was te eenvoudig.” Mortimer streefde naar dezelfde koelte, en slaagde er redelijk in. Dit constateerde het hele twee-mans-gezelschap.
“Uiteraard” Het boek werd ingeruild voor een ander op de stapel. “Zodra men gaat praten over dingen waar enkel over gepraat kan worden dan zal dit geen ander vrucht opleveren dan het gevoel te hebben dat je dichterbij bent gekomen tot een mysterie, van ongekende grote. Ik hoef je niet te vertellen dat dit gevoel even slecht gefundeerd is als alle gevoelens.”
“Toch doe je het” Zei Mortimer giftig. Slechte karakterrekjes zijn besmettelijk.
“Uiteraard” Een ingelaste stilte, die lang genoeg duurde om het volgende gepast te maken “Was jij het niet die weer eens over de zin van het leven begon?” De ingetogenheid van de tong was nu overduidelijk. Het zwaard wat nooit helemaal uit de schede word gehaald.
Mortimer wou dit ontkennen, toch haalde hij genoeg genoegen uit het onderwerp wat hij ter sprake gebracht had, om het op nieuw te proberen. “Vind jij het dan niet fijn om te bedenken of het leven zin heeft, en welke die dan mag zijn?”
“Natuurlijk, ik denk dan ook dat de zin van het leven in de vrouw zit” Het woord leven klonk bespottelijk uit de mond van Lucius, die in bezit was van een schoonheid die door iets anders geschonken moest zijn dan het leven, de dood was het eerste wat bij men opkwam als men dit gedaante zag.
“Leven om leven te geven? Of om het dragelijk te maken?
“Of knap lastig, maar mannen doen al die dingen ook. Net zoals alle drie de dingen ook niet gedaan kunnen worden door eem vrouw.”
Hels kabaal, de huiskat die geen naam gegeven mocht worden, had weer eens een nieuw avontuur gezien in de vaat. De ravage was enorm, en de kat was er zoals elke schuldige van door gegaan. “Wat zou de kat zijn?” Inleiding.
“Hij maakt het ons in ieder geval knap lastig!” Afsluiting.






Een wat oudere man, klimmend tegen een heling, ook nog eens door een boosaardige wind geplaagd om het zijn versleten benen nog eens wat moeilijker te maken.
Een schooltje, een simpel gebouwtje, zo vierkant als de blokken waar de peuters mee spelen. Erg ruim opgezet, erg laag gehouden om de ruimte zo slecht mogelijk te benutten.
Iets wat het leid motief voor heel de gemeente lijkt te zijn. Enorme villa’s met een veelvoud aan kamers, toch allemaal op de meest idiote manier in gedeeld, een te groot vertrek hier, een te smalle gang daar, kortom dramatisch.
Toch zijn ze stuk voor stuk prachtig. Een gemeente vol met verouderde rijkdom. De rijkdom die zwanenvijvers met zich mee brengt.

In deze gemeente had het tweetal zich gevestigd. Een plek waar dit uitgestorven soort, zij en zij stond met fossielen in de making, Lucius werd verliefd op het lichtval, en had dan ook wat boeken gehaald over de eigenschappen van allerlei soorten glas. Toen hij dreigde er achter te komen hoe het effect precies werd behaald, smeet hij de boeken van het tafeltje om ze dan voor altijd kwijt te raken aan de opruimster. Mortimer, een rijke jongeman.
Engelse moeder, en Duitse vader. Rijk, dus een krent. Hij had een iet wat misvormde werkster aangenomen om geen enkele andere reden dan het feit dat ze weinig vroeg. Later bleek haar uiterlijke verschijning een interessant gespreksonderwerp te zijn, en ze bleek ook nog eens verassend stil te zijn, en te werken. Lucius had al vanaf het eerste moment een hekel aan haar. Hij had een hekel aan alles van de lage klasse, vooral als ze ook nog eens elke vorm van schoonheid missen, behalve de tragiek, wat iedereen die zoveel nooit zal meemaken met zich mee draagt, zonder dit te weten uiteraard.

Dit huis moest worden ingericht. Lucius had een verfijnde smaak, wat er altijd voor zorgde dat er teveel rood, en teveel schoonheid terecht kwam in een enkele kamer. Vandaar die kamerjas. Mortimer die verliefd was zoals een man verliefd word op een geest die zoveel scherper is dan die van zichzelf was het altijd oneens met Lucius, hij was dan ook verliefd.
“Groen hoort toch niet thuis in een huis Mortimer!”
“Waarom niet?
“Scheiding, tussen het buiten en het binnen!” Zei de opgewonden Lucius ongerduldig.
“Agh, we zien wel als de omstandigheden ons dwingen. Maar wat vind je dan van blauw?”
“Frans!” gilde Lucius zoals een vrouw gilt als ze een rat ziet. “aan de andere kant het is dan niet opdringerig.” Vervolgde hij. “Zolang je er dan geen geel bij doet, men mag geen verband zien tussen de Fleur de Lisse, en ons huis” Probeerde Lucius met zijn gewoonlijke kalmte te benadrukken.
“Lucius, het lijkt wel of je leeft!”
“Van wie heb je die nonsens gehoord?” De vraag die niet als vraag bedoeld is.
Het werd dus rood, blauw, paars, en wit. Alles werd duizend maal overdacht, en met de grootste zorg en gewichtigheid uitgekozen. Zoals vermeer elke veeg overpeinsde.
Niemand is geïnteresseerd in een inventaris, dus ik zal ons de inkt en de moeite maar besparen.





Hoewel, één situatie misschien wel in aanmerking komt om verteld te worden. Ruzie, iets wat dit huis zelden mee maakt.

“Haal die borden weg.”
“Waarom dat in vredesnaam Lucius?”
“Omdat dit een blauwe kamer is!” Lucius klonk als een leraar die geërgerd dezelfde opgave eindeloos moet herhalen voor zijn onbegaafde leerlingen.
“Maar er zit geen geel in de kamer.” Mortimer was altijd beheerst tijdens het eten.
“Het is goud, en geel werd gebruikt om goud aan te duiden in de heraldiek.”
“Dit is nonsens, zo kun je in alles kwaad zien!”
“Frankrijk is ook niet zomaar een kwaad.”
“Enig idee hoeveel die borden gekost hebben?”
“Nee, interesseert me ook niet. Geld is zo iets banaals, ik heb jou er ook voor.”
“Als je constant last hebt van die grillen van je heb ik het niet meer!”
Mortimer was opgestaan Lucius keek met grote ogen naar Mortimer, voortdurend bestuderend, analyserend. Een simpel glimlachje danste over zijn lippen, en zei “Zilver zou zoveel beter zijn.”
Bloed doorlopen ogen, en snel kwamen er ook wilde gebaren bij “Je bent krankzinnig, en waag het niet ‘uiteraard’ te zeggen. Ik raak nog failliet, enig idee hoeveel al die dingen me kosten……..(en zo voorts.)…..”
Een tirade, een monoloog, Hilteriaans zal Lucius het later noemen. Uren lang stond Mortimer neurotisch te krijsen, een stem die constant over slaat, de schoonheid compleet verlaten om overgeleverd te zijn aan woede, en al zijn primitieve kompanen. De klok sloeg, er was dus maar een half uur verstreken. Lucius, die al die tijd zat te staren naar het familie wapen om er allerlei figuurtjes in te vinden, schrok op door de stilte. Mortimer ging zitten, en vroeg om het dessert.
Lucius zei toen ineens bijzonder vriendelijk “Maar mijn beste Mortimer je moet tocht écht aan je hart denken.”

Het dessert kwam terecht op een onbemande tafel.



Hoe trots voelt u zich als het geschater van uw hakken de rest van de wereld verdrijven met iets grotesks als lawaai? Terwijl het merkwaardige tweetal nagestaard werd verdwenen ze in een tunneltje. Waar het gekletter van de schoenen de fantasie duizenden plaatjes liet scheppen. Honend gelach van demonen, gebulder van wolken of rots lawines, marcherende troepen, of gewoon het geluid van een simpele herfstwandeling.
“Schoonheid?” Het klonk niet zo zeer vragend, meer aandacht eisend. “Een afgod, en is ze het vereren waard?”
“Het is in symbiose met de verdorvenheid, en dus zonder enige twijfel het aanbidden waard.”
“Lucius, waarom is de verdorvenheid het aanbidden waard, in welke munt betaald het ons?”
“Ik neem aan in die van ellende, maar dat staat gelijk aan het genot voor de verdorvenen.”
“Haha, dan zou je leven toch veel aangenamer zijn als je direct het genot na zou streven? Of om de Griekse wijsheer eer aan te doen, gelukzaligheid?” Mortimer was in een enorm opgewekte bui, wat zijn geest scherper maakt, maar ook minder accuraat.
“Het is pas een kunst iets te scheppen uit iets, genot uit ellende, waar anderen niet in slagen, en dan vooral zonder te wensen naar alles wat je niet hebt waardoor je niet door hebt hoe gelukkig je bent met wat je nu hebt.” Vermoeidheid en ziekte was in alles te merken bij de arme Lucius. Zijn stem was nooit uitzonderlijk aangenaam of duidelijk, nu was het stomp en in strijd met elk woord wat de man zei. “Het valt me dan ook steeds vaker op hoe gelukkig de mensen zijn met hun eigen ongeluk”
“God wat een idioterie!” De ogen leken op die van een priester dat een gehoornde rat ziet knagen aan zijn heilige geschriften. “Hoe durf je zo iets te zeggen?”
“Simpel, mijn beste, een engel laat zijn vleugels kortwieken zodat hij kan dromen van de hemel, en zo zorgen we altijd dat er altijd dingen zijn die we zouden kunnen hebben, maar ze liever niet behouden. Dit kan zijn omdat we bang zijn dat het ons niet aanstaat, of puur omdat we iets willen behalen, een droom hebben, maar deze mag niet al te ver weg zijn. Dat zou ons teveel moeite kosten.”
“Het mag zo zijn, toch ben ik het niet me je eens.”
“Zou een mens die alle bouwstenen voor de schoonheid heeft die onmiddellijk gebruiken? Of pas als hij door heeft dat de traktatie van de schoonheid veelte aangenaam is om te negeren?”
Zoals een andere omgeving nieuw licht brengt, kan de ziekte dat ook doen. “…………*……….”


* Verdomde vergeetachtigheid!

Het hart, het constant bewegende huis voor onze ziel. Zoal de Romeinen vroeger trommels hadden op hun schepen om het tempo aan te geven, zo is het hart die van ons.
De boeken lagen verspreid over de grond. Allerlei tekeningen, en schetsen, en encyclopedieën.
“Wat een afzichtelijk ding, en dat zit dan in mijn lichaam!”
“Ik geloof niet dat je er een gekregen hebt Lucius.”
Mortimers voorvaderen zagen er allemaal even vitaal en krachtig uit. Gezond zou je ook mogen zeggen, toch stierven ze allemaal niet al te lang na hun vijftigste verjaardag aan een zwak hart. Mortimer de jonge neuroticus had zijn vader zien sterven tijdens een net iets te verrukkelijke maaltijd. Dit resulteerde vanzelfsprekend in een obsessie met zijn hartslag.
Tijdens de meest rare, en ongepaste tijdstippen controleerde hij of zijn hart niet te veel mijlen vooruit zat te kloppen.


Sprinkhanen, barende vaders, en mijn geliefde. Mais merci, mon chéri.

“Kunstzinnig? De burger heeft nu eindelijk begrepen dat wil iets kunst zijn, zij het lelijk moeten vinden. Wil iets kunst zijn mag het niet begrepen worden. Menig intellectueel, die leed aan het chronisch gelijk hebben, zei dat iets alleen maar kunst was door de middelmatigheid die er met voor bedachte raden in was aangebracht. Zoals de munt verarmt word door onedele metalen, de oorkonde in een plastic lijstje terecht komt, en het beeld op een houten plak.” Al gapend, begon Lucius door te krijgen dat het verdacht stil was aan de overkant “Slaap je mijn beste?”




“Ik beschuldig je ervan niet te leven. Natuurlijk weet men dat het gras groen is, en de lucht blauw, maar herinnert men het? Begrijpt men het? Moet je het begrijpen om te leven? Nee je moet verwonderd zijn. Je moet elke verklaring, hoe aannemelijk ook, als onwaar beschouwen. Staar naar de ochtend dauw, zoals je dat doet naar de middag druppels die van blaadje na blaadje huppelen.”

De vrouw zou haar sociale contacten opnoemen, de man de vrouw, of haar vruchten. Banaliteit!

De natuur is de vrouw, de techniek de man.

De man die zichzelf beschimpt, afschermt, en vernederd met vervelende intellectuele geestigheden. De man die meer van de nar, dan de profeet weg heeft. Dat is degene die leeft. Hij heeft de wijn geproefd, en uitgespuugd. Hij heeft de dronken zusters gedood met het bronzen beeld. Hij heeft de hoorns van de Satiren afgebroken. Hij heeft de vleugels van de sprinkhaan genomen.

Krankzinnigheid

“Waarom we het paradijs nooit zullen vinden?” Een enge sprong in de wenkbrauwen, vast en zeker uitdagend bedoeld. “Omdat het niet in onze natuur zit. Zoveel mensen blijven maar als doel wereldvrede noemen, het is trouwens betrekkelijk rustig vanuit de toren van de geschiedkundige, of een einde aan hongersnood. We mogen blij zijn dat die mensen nooit hun zin krijgen, Oorlog en hongersnood zijn noodzakelijk voor ons overleven. Het is onze natuur.” Lucius werd geplaagd door een verkoudheid, wat alles wat hij deed net iets minder liet uitkomen, en inderdaad erg uitnodigend was om te ontwrichtingen. “Het nobelste in ons leven blijft het overwinnen van onze natuur.”
“Absurd! Dom christelijk denken, ze laten de verzonnen god de andere echte goddelijkheid verdringen. Nee, het is onze dierlijke plicht om ons als beesten te gedragen. Onze dierlijkheid te gebruiken, te dragen, en uiteraard ook verdringen als het ons uitkomt.”
“Onze dierlijke plicht, het stelen van het brood, zuivere verarming.”
“Exact mijn beste”


--------------------
Everything comes with a price and is sold with lies
Everthing has different sides and comes with hooks and eyes
PMUsers WebsiteMSN
Top
Mavaine
Posted: Jan 21 2005, 06:48 PM
Quote Post


Satan's Child
Group Icon

Group: Full members
Posts: 1484
Member No.: 69
Joined: 1-July 03



...
Vind het wel lief...


--------------------
De Vlam van stil verlangen wordt Vuur en gaat schreeuwen
PMEmail PosterUsers WebsiteMSN
Top
MetalfanBlackness
Posted: Jan 25 2005, 04:26 PM
Quote Post


Satan's inspiration
Group Icon

Group: Super Administrators
Posts: 3409
Member No.: 17
Joined: 30-July 02



ik heb niet alles gelezen, maar wat ik gelezen heb vond ik leuk om te lezen smile.gif


--------------------
What is this hell you have put me through
Do as I say not as I do
pushed onto me what's wrong or right
hidden from this thing that they call live

MfB forum
PMUsers WebsiteICQAOLMSN
Top

Topic Options Reply to this topicStart new topicStart Poll

 



[ Script Execution time: 0.0226 ]   [ 13 queries used ]   [ GZIP Enabled ]